Het afgelopen jaar hebben we bij de Rustplek veel kinderen moeten afwijzen. Simpelweg omdat we geen gastplek voor hen hebben. De enkele beschikbare plekken zijn vrijwel voortdurend bezet. En de vraag neemt toe. Ongeveer een kwart van de aanvragen komt van jonge mensen onder de 24 jaar. Ook daar zien we een duidelijke stijgende lijn. Het zijn jongeren die een veilige plek zoeken om even op adem te komen.
Een andere groep waarvoor we te weinig mogelijkheden hebben, zijn mannen. Terwijl juist het kunnen opvangen van mannen soms voorkomt dat vrouwen en kinderen hun huis moeten verlaten. Elke extra plek maakt verschil — vaak voor meer mensen dan we op het eerste gezicht zien.
En toch.
Tegelijk zijn we diep dankbaar. Dankbaar dat we het afgelopen jaar twee keer zoveel mensen hebben kunnen plaatsen als het jaar ervoor. Dat is hoopvol. Natuurlijk, het blijft een druppel op de gloeiende plaat. We lossen het falende woonsysteem er niet mee op. Maar voor de mensen die we wél kunnen opvangen, betekent het alles.
Een veilige kamer.
Rust.
Aandacht.
Even gewoon mens mogen zijn.
Wat ons telkens weer raakt, is de wederzijdse verwondering. Gastgezinnen die zeggen: “Wat bijzonder dat we dit mogen doen.” En gasten die ontroerd uitspreken: “Zo blij dat er zulke mensen bestaan.”
Daar, in die ontmoeting van mens tot mens, gebeurt iets wat groter is dan opvang alleen. Daar groeit hoop.